FotoClass - Fotografie Cursussen Workshops & Fotoreizen
 
mm en F Canonlens

Welk objectief waarvoor

Niets zo leuk om een nieuwe hobby te beginnen en daarvoor materiaal aan te schaffen. Maar wat moet je aanschaffen?

Begin je met fotograferen dan zal je niet alleen moeten nadenken over wat voor soort camera je koopt maar ook wat voor objectief je wilt gaan gebruiken. Elk soort fotografie vraagt nl. om zijn eigen objectief. En er zijn nogal wat objectieven. Wij zetten ze even voor je op een rij. Omdat we onder ons zijn, spreken we vanaf nu over lenzen.

Variabel en vast brandpuntafstand

Je hebt twee groepen lenzen: één met een variabel brandpuntafstand en een met een vast brandpuntafstand. Brandpuntafstand betekend: De afstand in millimeters tussen de sensor van de camera en het midden van het objectief.

Een lens met een variabel brandpuntafstand is een lens waarmee je kunt zoomen, ook wel telelens genoemd. Je kunt je onderwerp dichterbij halen. Hoe meer zoom hoe dichterbij de berg komt, maar hoe minder er in het geheel op je foto komt.
Hoe lager het aantal mm; hoe kleiner je onderwerpen op je foto komen maar nu kan het hele bergdorp erop. Dit noemen we een groothoeklens.

Het menselijk oog ziet ( bij benadering ) wat een 50 mm brandpuntafstand ziet.

Een lens met een vast brandpunt, ook wel primelens genoemd, kan niet zoomen. Wil je je onderwerp dichterbij halen, dan moet je gaan lopen om dichter bij het onderwerp te kunnen komen. Vaak kan dat maar vaak ook niet.

Aan de buitenkant van de lens kun je de mm zoom vinden. Bij een variabele lens staan twee getallen, je minimale en maximale zoom. Bij een vast brandpuntlens staat er één getal.

Groothoek en Telelens

Een lens met minder dan 50 mm noemen we een groothoeklens. Onder de 24 mm noemen we het zelfs een supergroothoek. Je kunt met een groothoek heel veel op de foto krijgen. Hoe lager het getal, hoe meer er op je foto kan. Nadeel is de vervorming die je in de foto kunt krijgen. Aan de buitenranden van je foto lopen de onderwerpen wat naar binnen toe: lensvertekening.

We spreken van een telelens als we minimaal 85 mm kunnen zoomen. Nadeel van een telelens of een supertelelens, na zo’n 300 mm, is dat je heel erg goed je sluitertijd in de gaten moet houden. Hoe langer de lens hoe langer het duurt voordat er voldoende licht op de sensor valt. Op statief is dat niet erg, uit de hand wel.

Ezelsbruggetje: 100 mm zoom is een minimale sluitertijd van 1/100. 400 mm zoom is een sluitertijd van minimaal 1/400. Zo’n snelle sluitertijd moet je halen i.v.m. de zwaarte van de lens. Ze kunnen wel tot 5 kg zwaar zijn. Heel lang stilhouden met je hand is bijna niet mogelijk. !/60 is soms als lastig met een gewone basislens. Betekend dus dat je met statief zult moeten gaan werken wil je bewegingsonscherpte voorkomen.

Zoals gezegd zien wij wat een 50 mm lens ziet. Wil je geen lensvertekening in je foto dan moet je 50 mm aanhouden.

Lichtgevoeligheid van het objectief = diafragma

In je lens wordt het diafragma geregeld, dat zijn die lamellen die je open en dicht kunt draaien en die de scherptediepte in je foto bepalen. Hoe lager het diafragmagetal, hoe groter de opening wordt en hoe meer licht er op je sensor kan vallen. De meeste lenzen beginnen bij een f/4. Er zijn er die ook lager kunnen maar ook daar hangt weer dat prijskaartje aan.

Op de lens staan meestal twee getallen die beginnen met een f. Het laagste getal is je diafragma wanneer je uitgezoomd bent en het hogere getal is de f/getal wanneer je inzoomt. Je lens wordt dan langer dus er kan minder licht naar binnen en dat zorgt ervoor dat je dan niet meer gebruik kunt maken van je laagste f/getal.

Er zijn lenzen met een vast diafragmagetal. Dus of je nu inzoomt of niet, dat laagste diafragmagetal blijft bijv. een f/4. Ook deze lezen zijn duur.
Ook een lens met een vast brandpuntafstand, de primelenzen, hebben altijd maar één laagste diafragmagetal.

Hoe lager je je diafragma kunt instellen, hoe langer je in donkere omstandigheden kunt door fotograferen. Je hebt tenslotte een hele grote opening. Nadeel is wel dat je een hele beperkte scherptediepte hebt en dat deze lenzen vrij prijzig zijn.

Aan het gebruik van een hoog diafragmagetal zit ook een nadeel nl. chromatische aberratie. Het licht komt door een smal gat niet als een bundel binnen maar op verschillende golflengtes. Hierdoor kunnen kleuren vervormen en dat zie je vooral aan de randen van je onderwerp. Hoe kleiner het gat is waardoor het licht binnen kan komen hoe sneller je daar last van kunt krijgen. Hoe duurder de lens hoe minder snel je daar weer last van kunt krijgen.

Wanneer gebruik je nu welke lens:

Portretten: Tussen de 50 en 120 mm. Bij 50 mm heb je geen lensvertekening maar zit je wel heel erg op je model. Hoe meer je zoomt, hoe meer vertekening.

Straatfotografie: 25 – 100 mm. Hangt er wel een beetje af wat je wilt fotograferen. Ga je voor mensen (denk aan portretrecht) dan is een beetje zoom wel fijn. Niemand zit erop te wachten dat jij met een 25 mm iemand in beeld neemt. Met een groothoek kun je wel verrassend mooi fotograferen in de straat. Ga je echt voor de portretten, neem dan wat meer zoom.

Sport, dieren: Vanaf 200 mm en gebruik een statief of één-poot. Zorg voor een snelle sluitertijd, Niet alleen vanwege het bewegen van de sporters of dieren, maar ook vanwege het zoombereik. Het flexibelste ben je met een één-pootstatief. Deze ondersteund je lens maar je kunt hem nog snel alle kanten op bewegen

Landschapsfoto: 12 – 300 mm. Houdt bij een groothoek rekening met de vertekening die je kunt krijgen maar je kunt er hele mooi landschapsopnames mee maken. Soms is de vertekening ook helemaal niet storend.

Reisfotografie: 12 – 300. Houdt er weer rekening mee wie of wat je gaat fotograferen. Houdt bij mensen weer gepaste afstand door een zoomlens te gebruiken. Vinden ze het geen probleem dan kun je over schakelen naar de portretlens: 50 – 120 mm. Wel altijd vragen.

Macrofotografie: Vanaf 100 mm. Daarvoor spreken we van close-up fotografie.

Architectuur: 17 – 50 mm maar let op met lijnen e.d. Je krijgt snel een vervorming van gebouwen, ze lijken om te vallen. In de meeste bewerkingsprogramma’s kun je dit wel verhelpen. Blijf je op 50 mm dan heb je geen vertekening.


Nog een laatste opmerking:

Crop of full frame:

Niet alle lenzen kun je zomaar op elke camera zetten. Iedere camera heeft zijn eigen lensvatting. Daarnaast heb je lenzen voor een crop- of een fullframe-camera. Een full framelens kan wel op een cropcamera maar niet andersom.
Met de aanschaf van een nieuwe lens moet je dus weten wat voor camera je hebt.
Klik daarover hier voor meer informatie